Wat gebeurde er in de laatste 50 jaar

Wat gebeurt er zoal binnen de vereniging in 50 jaar?

Interview met Gery Spirinckx door Anouck Bleyen.

Mazelen
Mazelen

Wanneer kwam jij bij het KVT?

Op dit moment ben ik al meer dan 50 jaar actief binnen het KVT. Zelf was ik bijna 16 toen ik in het seizoen 1972-1973 zelfstandig de techniek verzorgde van het stuk 'Mazelen'.
Maar mijn verhaal begon al wat eerder. Techniek heeft me altijd geïnteresseerd, maar dat kon moeilijk anders met een vader als Jean Geysen, manusje van alles bij het KVT. Hij fungeerde al in zaal Casino als souffleur en technieker. Hij zat toen in een cabine boven met een gigantisch paneel met weerstanden waar je kon aan draaien om zo de lichtbakken boven de scène aan en uit te dimmen. Het was indrukwekkend om te zien maar niet echt functioneel voor theater, waar snelle overgangen moeten gebeuren. De productie 'Van de brug af gezien' uit 1968 kan ik me nog goed voor de geest halen. Zelf stond ik gefascineerd te kijken naast Mathieu Gelaes, die achter de coulissen een grote bandopnemer aan en uit moest zetten. Ook geluidsfragmenten waren bijlange niet van de orde zoals we die later zouden kennen.

Je maakte de beslissing van overgang Casino-Begijnhof dus nog mee?

De beslissing om te breken met de jaren traditie in Casino en om te starten met iets nieuws heb ik nog weten te nemen. Er werd druk over gedebatteerd in het vergaderzaaltje van het complex. Er werden op dat moment drastische beslissingen genomen: verhuizen uit het vertrouwde huis Casino waar meer dan 50 jaar gespeeld werd - en openlijk afstand doen van het liberale huis. Maar eerlijk gezegd ging het toen niet zo goed met het KVT. We zaten aan het einde van de gouden jaren 60. De diverse verenigingsfeesten van liberale signatuur in de Casino boerden achteruit. Vooral de opkomst van de tv was ingrijpend.

Eén van de noodzakelijke beslissingen was wààr we zouden spelen. Voor een zaal werd samen met andere verenigingen - onder wie Uilenspiegel - uitgekeken om iets nieuws uit te bouwen in de oude mouterij. Er werden plannen ontworpen, budgetten bepaald en onderhandelingen gevoerd tussen de verenigingen en het stadsbestuur. Jammer genoeg ging deze piste niet door.

Wat was de andere piste?

De andere piste was iets uit te bouwen in het Cultuurcentrum op het Begijnhof in Diest. Het begrip 'cultuurcentrum' klonk op dat moment veel te optimistisch want eigenlijk bestond er niets. Het was het KVT dat op het begijnhof voor cultuur zou gaan zorgen. In Vlaanderen was het kamertoneel op dat moment bezig aan een opmars. Dat sloeg voornamelijk aan in grotere steden… maar hoe zou het in Diest ontvangen worden?

Zaal Begijnhof
Zaal Begijnhof

Hoe zag het "cultuurcentrum" in het begijnhof er dan uit?

In een bovenzaaltje, zolder, van de oude infirmerie! De toegang daarnaartoe kan iedereen die het meemaakte zich nog steeds herinneren. Als je de deur opende, stapte je binnen in een immense koude gang en een portaal met daarin een heel steile trap. Eenmaal boven geraakt kwam je links een vestiaire tegen waar ook in eerste instantie de kaartverkoop plaatsvond en aan de rechterkant was er een bar. De kou trok zich tot daar door en snel werd er op de overloop een klapdeur gezet. Een deur die trouwens vandaag nog steeds verschijnt in decors.

In de bar gaf een dubbele deur toegang gaf tot het zaaltje - zeg maar een lege zolderruimte die in allereerste instantie voorzien werd van oude kerkstoelen voor het publiek. Al gauw werd er een podium gebouwd - niet erg groot maar steeds optimaal benut. Achter de panelen van het decor was nauwelijks plaats en aan de achterzijde van het podium was er slechts één deur die toegang gaf tot de kleedkamer. Die moesten we daarenboven delen met de balletschool José Nicola. Ook tijdens hun dansoefeningen of alleszins kort erna! De zweetgeur kunnen we ons nog levendig voorstellen! De decorstukken werden opgeslagen beneden in de kapel, het huidige café.

Boven de toegangspoort tot de schuur hadden we twee lokalen waar kon gerepeteerd worden en waar de stock van drank kon worden opgeslagen. En als we zeggen drank, dan komen we ook bij de bar. Die was uitgerust met een oude toog en enkele frigo's, wat oude stoelen en tafels - en diende als ontmoetingsruimte voor zowat alles. Er werd gerepeteerd en vergaderd. Bijna dagelijks werd er samengekomen aan de toog.

Bestuur Begijnhof
Bestuur Begijnhof

Was er veel verschil na de overgang naar het Begijnhof?

De vereniging startte daar met enkele tientallen leden en zou tamelijk snel uitgroeien tot 50 à 60 leden. De leiding van de vereniging bestond wel uit "oude-getrouwen": Louis Bondroit, Toon Stikkers, Miel Reyckmans, Jean Geysen,… Als voorzitter werd een overgangsfiguur gekozen: plaatselijke beginnend advocaat en politicus Jacques Celis. Pas later werden ze aangevuld met de jongere generatie. Toen ook werd Louis Bondroit voorzitter.

Het grote verschil met vandaag is dat zowat iedereen meehielp aan zo veel mogelijk taken. Decorstukken verhuizen van de kapel via die steile trap naar boven was geen enkel probleem in die tijd. Decors werden gemaakt met alles wat bruikbaar was en kon gevonden worden. Spijkers werden na gebruik weer recht geklopt.

Financieel stond de vereniging bij de start in het Begijnhof er slecht voor. Financiën in de Casino-periode zijn altijd onduidelijk geweest. Er is geen enkel archiefstuk teruggevonden. Niemand onder de leden aan wie ik er ooit naar heb gevraagd, kon een duidelijk antwoord geven.

Het publiek moest volledig weer worden opgebouwd. Haast niemand maakte de overstap naar de nieuwe locatie en naar het nieuwe soort toneel. In het begin werden zelfs internaten uitgenodigd om de zaal toch maar enigszins te vullen. Later werd het zaaltje vernieuwd. Er werden gradins aangebracht en er kwamen klapstoelen. Dat alles was te danken aan één van de nieuwe leden, Jean Grooten. Die had een bedrijf van nietmachines en -pistolen, en die waren voor ons erg handig voor het realiseren van het decor

Aan welke stukken werd er gewerkt?

Artistiek werd meteen hoog gemikt. Dat was vooral de verdienste van spelers als Roland Frederickx en Frans Raymaekers - en speelsters als Mijé Molenaers en Lea Vanblerckom.

Er werden stukken geprogrammeerd van Hugo Claus, zoals 'Vrijdag' - en af en toe werd een beroepsacteur of -actrice binnengehaald voor de regie. De inzet was groot.

Naast het repertoiretoneel stonden er ook meer komische en volkse stukken op het programma. Zo groeide het bekende 'Paradijsvogels' uit tot een eerste mijlpaal in de post-Casinoperiode. Het stuk vergt immers veel spelers en figuranten en die werden nog gevonden ook - vooral in jongere kringen. Het plezier droop ervan af en het KVT was weer op de goede weg!

Bij de komst van bestuurslid John Seré werd werk gemaakt van de financiële toestand. Er werd geopperd om in Vlaanderen reisvoorstellingen te gaan spelen met, zo mogelijk, subsidies van het Ministerie van Nederlandse Cultuur. Dat gebeurde uiteindelijk ook - met achtereenvolgens 'Voorlopig vonnis' en 'Slippers'. Naast de financiële opbrengst brachten we zo ook de vereniging veel meer in de belangstelling.

Vrijdag
Vrijdag

Werden er voor 100, 125 en 150 jaar ook vieringen gehouden?

Ja, er werd een viering geënsceneerd rond het 125-jarige bestaan - ook alweer met het oog op een grotere bekendheid. Het evenement was een toernooi tussen vier groepen. Voor de opvoeringen en de prijsuitreiking weken we uit naar de turnzaal van het Koninklijk Atheneum.

Hoe zat het met jouw specialiteit, de techniek?

Ook in de techniek werd geïnvesteerd. We kochten een reeks theaterspots van ADB - ze zouden trouwens nog lang meegaan - en we lieten een lichtorgel bouwen door de technische school: een bedieningspaneel avant-la-lettre met twee reeksen schuivers waar je mee kon afwisselen. Het voorprogrammeren bestond erin dat ik kartonnen latjes maakte om de standen op het juiste percentage te kunnen zetten.

Lichtbediening gebeurde in het begin nog van achter een paneel waarin een vierkantje van 5 op 5 werd gezaagd waardoor je kon kijken. Voor de rest moest je het maar op geluid doen. Veel plaats was er evenmin en al zeker niet als je daar met zijn tweeën moest zitten. Het had wel zijn voordelen als jonge gast als er een knap meisje naast je kwam zitten!

Pas later zou het oude chauffagekot achteraan in de zaal omgebouwd worden tot technische ruimte. Het verluchtingsluik werd opengemaakt en als je niet vooruit leunde kon je daardoor de helft van de scène zien. De lichtbediening gebeurde handmatig. Starten en stoppen van geluid deed je met pedalen en af en toe met een schakelaar naast je die je met de knie kon aan en uit zetten. Als ik eerlijk ben, moet ik zeggen dat het toen leuker en zeker uitdagender was dan nu.

De gijzelaar
De gijzelaar

Hoe ging het met het KVT vanaf de periode in het begijnhof?

De uitbouw van het KVT ging een beetje als een trein. Er werden zeer ernstige stukken geafficheerd zoals 'Spoken' van Ibsen, wat evident is voor een gezelschap als het KVT. Maar er waren ook de plezante momenten met de hele 'Slisse & Cesar'-reeks.

Een volgend hoogtepunt was de revue 'The good old days' die we opvoerden in 1980, onder andere in de Hallezaal. Weer nam er veel nieuw volk deel en opnieuw werd de groep verder uitgebouwd. In 1982 werd zelfs de grootse productie 'De Gijzelaar' opgezet op de kleine scène. Intussen was er ook een jeugdafdeling tot stand gekomen. Uit hun kringen zouden er verschillende later doorvloeien naar de volwassenen.

De Begijnhof-periode was ook voor mij een heel mooie tijd. Het KVT was een echte en hechte familie geworden. De hele ploeg deed er telkens alles aan om van elke voorstelling een succes te maken. Iedereen maakte deel uit van de decorploeg, iedereen tapte weleens, je hielp elkaar in omstandigheden buiten toneel en vooral: je maakte er veel vrienden. Vrienden die tot op vandaag zijn gebleven.

Pygmalion
Pygmalion

Toch zitten we vandaag in de Nijverheidslaan, wat is er dan met het Begijnhof gebeurd?

In 1984 dook een nieuw probleem op. Het cultuurcentrum zou worden gerenoveerd en we zouden een jaar niet kunnen spelen in "onze" zaal. Bovendien zouden we in de vernieuwde zaal geen eigen bar meer kunnen uitbaten. Uiteindelijk zouden we het Begijnhof definitief verlaten na een 12-tal mooie jaren. Een nieuw hoofdstuk wenkte aan de Nijverheidslaan... Onze laatste voorstelling in het Begijnhof 'Vrouwen geen probleem' speelden we in mei 1984.

In november 1984 zou 'Pygmalion' in première gaan in de gloednieuwe zaal 3 van het bioscoopcomplex Studio Diest - maar die moest in eerste instantie nog gebouwd worden! Meer hierover lees je in een apart artikel over het patrimonium. Maar om onze oud-voorzitter wijlen Louis Bondroit, te citeren: "In de zomer van 1984 is er een mirakel gebeurd!"

KVT-zaal 1984
KVT-zaal 1984

Hoe was het in de Nijverheidslaan verschillend van het begijnhof?

Het publiek volgde niet echt van het Begijnhof naar de "verre" Nijverheidslaan - en financieel zat het KVT nog te krap bij kas om het allemaal te financieren. Toch was de verhuis naar de Nijverheidslaan weldegelijk op vele vlakken een zegen voor de vereniging.

Vooreerst het gebouw op zich! We konden voortaan beschikken over een grotere scène die heel wat meer mogelijkheden bood. Dat werd aan iedereen geëtaleerd bij de openingsproductie 'Pygmalion' waarvoor meerdere decors werden gebouwd

De decorwissels kon het publiek trouwens live volgen want het doek bleef open.

Terwijl het gebouw voor het theater werd opgetrokken, moesten ook nieuwe decorpanelen worden gemaakt. Er werd een vernuftig systeem bedacht om herbruikbare panelen te construeren die met schroefbouten aan elkaar konden worden gezet. Die werden vervaardigd in het atelier van Willy Fabré en ze worden tot vandaag gebruikt!

Het publiek kreeg ook veel meer comfort. De zaal bevatte 154 knusse zetels. Dat werden er al snel 169 door een rij vooraan bij te plaatsen.

Belangrijk was dat we ook een eigen cafetaria hadden met bijna voldoende plaatsen voor iedereen. Daar werd later een veranda aangebouwd om drank te serveren.

Boven de cafetaria kregen de acteurs een kleedkamer/repetitieruimte. Zo kon er met twee ploegen tegelijk gerepeteerd worden: eentje boven en eentje beneden.

Is het gebouw in de Nijverheidslaan dan nog steeds hetzelfde als in de jaren 80?

Gebruik van de accommodatie, over 40 jaar gespreid, levert slijtage op. Zo werd de bar al een keer in een ander kleedje gestoken en moest de scène vervangen worden. Een waterbassin met een gewicht van twee ton had geleid tot verzakking.

Ook de kleedkamer werd na 30 jaar vernieuwd en tot slot werden tamelijk recent de volledige zaalaankleding en de zetels vervangen. Het aantal plaatsen ging naar 174, een plaats voor rolstoelgebruikers inclusief.

Hoe evolueerde de techniek?

Technisch konden we van in het begin steviger uitpakken. We hadden meer mogelijkheden door het uitbreiden van het aantal spots en we konden gebruik maken van de geluidsinstallatie van de bioscoop. Maar ook hier hebben we moeten groeien, vernieuwen, uitbreiden en omschakelen. Van de klassieke bediening met een paneel met schuivers zijn we uiteindelijk overgeschakeld naar een volledig computergestuurd systeem.

Alles voor de kwaliteit van de opvoeringen!

Equus
Equus

Wat waren de artistieke mogelijkheden in de nieuwe zaal?

Artistiek werden er in de jaren 70 al schitterende prestaties neergezet. Maar in de bijna 40 jaar dat we aan de Nijverheidslaan zitten, zijn er juweeltjes gerealiseerd. Mooie voorbeelden daarvan zijn zeker 'Het dagboek van Anne Frank', 'Equus', 'De lege cel' en de hele Molièrereeks. De vereniging kreeg telkens een boost - zowel in het aantal toeschouwers als in het aantal medewerkers en spelers bij zulke "grote" producties. Hiervoor werden dikwijls kosten noch moeite gespaard.

De eerste productie in die categorie was zonder meer de circusvoorstelling 'August, August August' (1990). Heel veel volk, heel veel leute, heel veel inspanningen en… een schitterend resultaat!

In 1996 volgde 'De parochie van miserie'. Een gezellige bende waar iedere KVT-er deel van wou uitmaken. We waren enorm fier dat we daarmee de kaap van 2000 toeschouwers wisten te ronden.

August
August
Ghetto
Ghetto
De buitenwippers
De buitenwippers

Van een heel ander kaliber was 'Ghetto' (1999). Zoals in 'De Parochie' kwamen zelfs kinderen van de leden meespelen. Als technieker heb ik enorm genoten van deze productie! Onder leiding van regisseur Ronny Verheyen hebben we technisch alweer een stap vooruit gezet. Ik moest tijdens de pauze spots herschikken en van lichtbediening wisselen omdat er niet genoeg standen konden worden geprogrammeerd in één toestel.

Twee reeksen producties zijn heel veel toeschouwers bijgebleven:
de Molièrereeks met 'De Ingebeelde zieke' (1997), 'Lessen in liefde' (2001) en 'De vrek' (2004). We kregen superadvies en begeleiding van Walter Tillemans. Toch leuk om zoiets mee te maken als amateur!

De tweede reeks is 'Nonsens' (2005) en 'Kerstnonsens' (2007). Hiermee bereikten we de magische grens van 3000 toeschouwers. We speelden 5 keer op één week! Zoiets had niemand van het gezelschap ooit durven dromen - laat staan: meegemaakt!

Waar iedereen in de vereniging enorm fier op is, zijn de stukken die we kunnen onderbrengen in het muziektheater of die veel muziek bevatten.

Het mooie 'Blessuretijd' (2010), het schitterende 'Edith & Simone' (2012), 'Amadeus' (2014), de dansacts van 'Stepping out' (2016) en het rauwe 'Buitenwippers' (2019), dat we ook nog eens op verplaatsing konden spelen.

Na de overstap van Begijnhof naar KVT-theater hebben we nooit ingeboet op de kwaliteit van onze begeleiders/regisseurs. Zowat alle bestuursploegen hebben altijd een hoge kwaliteit nagestreefd. In feite is hieraan dus in de voorbije 50 jaar, en zelfs langer ervoor, niets veranderd.

Werd er iets gemoderniseerd?

Wat je niet direct merkt, maar wat de laatste decennia stilaan insluipt in de vereniging, is zeker wel de modernisering. Heel even heb ik nog het kassasysteem van het Begijnhof meegemaakt waar je als toeschouwer het nodige geduld moest opbrengen om aan je ticket te geraken. Ben er nog fier op dat ik daar al wat verandering in kon brengen! Het bord waarop je kaarten alfabetisch kan klasseren, werd door Çois Sannen en mezelf voor het eerst gebruikt gedurende vele avonden aan de kassa. En het is er nog…!

Van het reservatiesyteem bij banken (Gemeentekrediet, Bacob, Dexia) zijn we in twee stappen verlost geraakt. Eerst via een gedeelde databank en momenteel zelfs online voor iedereen! Het nét voor sluitingstijd gaan afhalen van plannen op de bank en het dan snel schrijven van alle kaarten, mis ik misschien wel een beetje. Door het schrijven van alle namen kende je de toeschouwers toch wat beter. De band was groter…

Ook in de bar stond de technologie niet stil met een nieuw kassasysteem. Ook een zeer goed uitgedokterd systeem van bestelling van drank vóór de pauze en na het stuk deed zijn intrede. Bij andere gezelschappen zie ik wel andere zaken gebeuren.

Technisch stonden we evenmin stil. Er werd geïnvesteerd in lichtapparatuur en er kwam een nieuwe geluidsinstallatie. Al heel wat jaren wordt de bediening van alle componenten zoals licht, geluid en projecties computergestuurd.

Bracht het KVT-theater dus ook op financieel vlak verbetering?

Een vereniging heeft een gezonde financiële structuur nodig. En hier moeten we zeggen dat er vanaf 1984 enorme stappen zijn gezet. Dat hebben we zeker te danken aan de huidige voorzitter John Seré (zie zijn interview). Hij liet alle bestuursleden commerciëler denken en hield steeds - zoals de Nederlanders zouden zeggen - "de vinger op de knip". Het is o zo gemakkelijk om voor alles geld uit te geven, maar het is tevens ontzettend moeilijk om creatief te werk te gaan en zonder kosten of met een minimum eraan hetzelfde resultaat te bereiken. Zo werden soms uitgaven van 30 euro geweigerd. Maar die aanpak loonde, want nooit ging het resultaat erop achteruit.

Is er voor jou veel veranderd?

Wat ik wel mis, is het amusement dat gemaakt werd naast de scène. In het Begijnhof was het steevast van dat. Na elke voorstelling was het een gezellige boel en bleef men nogal eens lang hangen. Nog begin jaren 2000 was het ook in het KVT-Theater dikwijls een heerlijke bedoening. Dansende en zingende leden achter de toog, muziek dat in volume toenam na middernacht en dan nog dikwijls een vervolg in aanpalende cafés. Dat zulks vaak niet meer gebeurt, ligt zeer zeker niet aan de inzet of de goesting van een aantal leden maar is veeleer te zoeken in externe factoren. Terechte alcoholcontroles, een Bob, de gestegen drankprijzen, de grotere gereserveerdheid,…

Een zware domper was de lockdown en de onzekerheid die ons plots overviel door dat ellendige virus. Voor mij als een actief ingesteld sociaal iemand was het een verschrikking om gewoon thuis te moeten zitten en niet naar het KVT te kunnen. We vergaderden met enkele bestuursleden af en toe en in moeilijke omstandigheden.
Positief werd je daar niet van: steeds uitstellen, steeds opnieuw programmeren, steeds de centen tellen…

We zijn nu enkele producties verder en we zijn zeker aan het herstellen van de schade. Ik durf hier te zeggen dat de cultuur in die periode algemeen serieus is mismeesterd.

Hoe kijk je terug op het verenigingsleven in de periode van 50 jaar?

Het verenigingsleven en de toewijding en engagement naar verenigingen toe is zeker gewijzigd in de laatste 50 jaar en in het bijzonder nog recent na Corona.

Als we teruggaan naar de Begijnhofperiode, komen we tot de vaststelling dat we toen een grote familie vormden. Voor velen was het quasi ook de enige vereniging waarin ze zo actief waren. Men moest niet lang zoeken naar helpende handen voor wat dan ook.

De banden binnen de vereniging gingen ook ver buiten het KVT-gebeuren. Als er iemand verhuisde, kwam hulp opdagen. Als iemand zijn living ging verven, een tuinhuis plaatste, zijn oprit verving, dan viel er nooit lang te wachten op helpende handen. Men ging samen op vakantie, kerstfeesten vonden in een grote kring plaats, nieuwjaar werd sowieso samen gevierd. Dat leidde zelfs tot enorm gesmaakte feesten in de Ezeldijkmolen.

Op elke première was het feest en was zowat iedereen aanwezig. Alle nog actieve anciens uit die periode hangen zo nog altijd aan elkaar.

Heb je ook het publiek zien evolueren?

Ook daar zien we onmiskenbaar een verandering. "We leven in andere tijden" zegt men steeds - en ook ik moet dat zeker beamen. Iedereen heeft zijn mobieltje met internetverbinding met tal van kennissen, vrienden en zelfs onbekende virtuele vrienden. Het aanbod van welke activiteit dan ook is gigantisch. Elk kort tik-tok-filmpje is al het ware een stukje theater. En als je het niet leuk vindt, dan wordt het "swipen". Het theater dat wij maken is (helaas) wat anders.

En jouw toekomst bij het KVT?

Met mijn 51 jaar dienst zou ik in het vak van oud-gedienden moeten zitten. Maar zo voel ik me vandaag zeker niet. Sinds mijn pensionering wordt mijn tijd bijna halftime ingevuld voor het KVT en… volgens mijn echtgenote veel meer!
Het zijn veel taken die je niet op de scène ziet, maar die er wel zijn. Zo is er bijvoorbeeld het luik van het archief met zijn digitalisering en het opzoeken en uitschrijven van onze geschiedenis, de tentoonstelling, het bier…
Vorig seizoen nog nam ik inzake techniek deel aan 3 van de 5 producties!

Al enkele decennia maak ik deel uit van het bestuur en ik ben al bijna even lang secretaris en ondervoorzitter van het gezelschap, een stuk dus van het "meubilair".

"Stoppen" staat niet in mijn agenda en ik hoop er nog vele jaren met veel goesting mee te kunnen doorgaan. Dat vast en zeker naast een jonge ploeg die gerust nog wat advies kan gebruiken! Met de investering van 35 jaar Tejaterateljee zullen er zeker nog oud-deelnemers opduiken om de huidige KVT-ploeg te versterken. De laatste seizoenen staan er almaar meer opgesteld in de producties. Langs de ene kant ben ik er ergens zeker van dat het zal wel goed gaan met het KVT bij zijn 200-jarige viering. Maar in mijn binnenste is er een beetje onzekerheid over de algemene evolutie in cultuurbeleving.