Back 

1932-1939

Het toneelgebeuren in de jaren dertig

Op zaterdag 23 en zondag 24 januari 1932 bracht het Koninklijk Vlaams Toneel in zaal Casino “Onder Curatele”, een van de succesrijke kluchten van het Duitse duo Arnold en Bach. Het talrijk opgekomen publiek genoot ten volle van de prestaties van de heren Gust en Lodewijk Bonnijns, Alfred Arkesteyn, Gust Tribout en Driessens, Bondroit, Vanduren en Jan Debaerdemaker. De hoofdrol werd met brio vertolkt door de heer Louis Knapen. Komische rollen waren hem zodanig op het lijf geschreven dat zijn verschijning op de scène reeds voldoende was om het publiek in stemming te brengen. Bij de dames werd vooral de puike vertolking van mevrouw Van Den Eynde geprezen. De toneelversie van de bekende roman “Vriend Fritz” van de heren Erckmann en Chatrian werd door de vereniging opgevoerd op zaterdag 26 maart 1932. Het stuk kende slechts een matig succes, maar dixit de toenmalige verslaggever (hij tekende zijn commentaar met het pseudoniem Droogstoppel) werd het stuk gered door de uitstekende vertolking van de acteurs. In het bijzonder de heer Alfred Arkesteyn, met de vertolking van Fritz, “boeide door zijn prachtig spel”. Ook de heer Gust Bonnijns kreeg een speciale vermelding: “Hij typeerde zijn rol uitstekend.” De dames werden niet met naam genoemd en moesten het stellen met de vermelding “dat zij op de hoogte waren van hun taak”. De decors waren de eenvoud zelve, “vol stijl en schoonheid” en de stoffering “beperkte zich tot het onontbeerlijke zodat alle aandacht aan het spel kon gewijd worden.” (Moeten we hieruit afleiden dat er hoegenaamd niets op de scène stond?) De muzikale omkadering was in handen van de heer Alois De Wael. Uit krantenrecenties blijkt dat in diezelfde periode naast het Koninklijk Vlaams Toneel nog andere verenigingen zeer actief waren in zaal Casino, waaronder: “De Vreugd des Winters”, meestal met operettes zoals “Walsdroom” van Oscar Straus; “De liberale jonge wacht”, met het kluchtspel “Nonkel Dorus”; “De Koninklijke Harmonie”, met de opera-comique “Si j’ étais Roi”....

 

Het seizoen 1935-1936 werd besloten op dinsdag 28 april met de opvoering van “De kleine van de Variété”, een blijspel van Alfred Môller. “Het is een luchtig stuk waarbij het de auteur alleen te doen is om de mensen aan het lachen te brengen. Door hun fijn verzorgde vertolking zijn de spelers er in geslaagd het publiek te amuseren.” Het stuk beschrijft de lotgevallen van Oompje Kretschmar (vertolkt door Lowieke Knapen), die door iedereen in de luren wordt gelegd, met de bedoeling hem zo veel mogelijk geld af te troggelen. “Lowieke gaf volle teugel aan zijn komisch talent en oogstte den grootste bijval.” De dames Waterschoot en De Vuyst oogstten veel succes met hun uitstekende vertolking als respectievelijk Bubi en Mina. De heren Gaston Tribout en René Driessens, als dokter Peter en dokter Hans die alles als een vrolijk grapje opnamen, “hebben zich meesterlijk van hun zware taak gekweten en verdienen ene bijzondere vermelding.” Mejuffrouw Jacob (nog een dame van het Koninklijk Vlaams Toneel) vertolkte de rijke erfdochter en viel op door haar elegante optreden. De heer Gerard Van Duren was als Semmelmann in zijn element en hij wist zich zeer verdienstelijk te maken, terwijl de heer Emiel Peuters voldeed als meneer Sprenger. “De muziekstukjes waren buitengewoon aangenaam. Het Koninklijk Vlaams Toneel mag zich verheugen steeds aan de spits te staan der kunstprestaties hier gegeven”. Dit eerbetoon was getekend: Amice.

Lees de volledige pdf.

Copyright 2017 by Gery Spirinckx